Binnen de alliantie van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) gebruiken wij de ingangstoets om de stabiliteit van het programma te verhogen. Elk HWBP-project heeft een afgeronde beoordeling en een ingangstoets nodig om op het HWBP-programma te komen. Op deze pagina leggen wij de werkwijze uit: wat is er nodig om de ingangstoets te starten en hoe wordt de stabiliteit van een project beoordeelt.
Hoe werkt het proces van de ingangstoets?
De programmadirectie van het HWBP organiseert en faciliteert de ingangstoets. Een team van inhoudelijke experts voert de beoordeling uit, controleert feiten, bekijkt de risico’s, kansen en zekerheden en beoordeelt de inhoud van de projectaanvraag. Dit zijn experts van het waterschap met kennis van het gebied, en landelijk experts met kennis van laatste ontwikkelingen.
Op basis van deze bevindingen stelt de voorzitter een integraal eindadvies op over de stabiliteit van de projectscope. Op basis van dit advies besluit de programmadirectie of het project wordt toegelaten tot de voortrollende programmering en maakt eventueel afspraken met het waterschap over nadere voorwaarden met betrekking tot programmering van het project.
Wat is er nodig om de ingangstoets te doen?
In de ingangstoets kijken we of meer informatie leidt tot een ander(e) project(scope). Voor de ingangstoets is een korte omschrijving van het beoogde project met onderliggende basisinformatie nodig:
Afgeronde wettelijke beoordeling veiligheidsbeeld uit de beoordelingsrapportage WBI, inclusief door ILT geaccepteerd toetsoordeel.
Overzicht van ontwikkelingen met impact op het project, inclusief impactanalyse van (verwachte) nieuwe kennis.
Overzicht van de (relevante) ruimtelijke opgaven en kansen in de omgeving, relatie met PAGW en Ruimte voor de Rivier 2.0.
Een strategie per normtraject hoe de waterveiligheidsopgave van dat traject het beste kan worden aangepakt. Het gaat daarbij om een afweging en de keuze van deeltrajecten, het type maatregelen, zicht op de kosten, fasering en onzekerheden. Criteria die bij de strategie en fasering een rol spelen, zijn:
- de urgentie en omvang van de waterveiligheidsopgave, concreet gemaakt met ruimtelijke begrenzingen van relevante faalmechanismen
- de ontwikkelingen in de tijd, concreet gemaakt met behulp van scenario’s met een bepaalde tijdshorizon
- de inpassingsopgave
- inzicht in de relatie tussen onderhoudsopgave en versterkingsopgave
- de bestuurlijke doelen en ambities
- de organisatorische aspecten zoals capaciteit en financiën
Inpassen, meekoppelen of gebiedsontwikkeling. Antwoord op de vraag of er eventueel sprake kan zijn van uitwisseling (bijv.
De enorme opgave van het HWBP vraagt om een stabiel, voorspelbaar en transparant programma. Het hiervoor ontwikkelde referentiekader biedt handvatten om tot een gedeeld beeld te komen over het kostenniveau voor een projectspecifieke opgave binnen het HWBP.
Als een waterschap de trajectaanpak conform de Handreiking Trajectaanpak (Unie van Waterschappen) volgt, is er in principe voldoende informatie aanwezig om het gesprek over de stabiliteit van het project te voeren. Gedurende de ingangstoets kan het nodig zijn om aanvullende informatie in te winnen voor oordeelsvorming over de stabiliteit van de projectscope.
Beoordeling stabiliteit projecten
In de ingangstoets staat de volgende vraag centraal: kan meer informatie over veiligheidsopgave, omgevingsopgave of organisatie tot een ander(e) project(definitie) leiden? Bij het beantwoorden van deze vraag wordt rekening gehouden met de (on)mogelijkheden om extra informatie in te winnen.
De focus van de ingangstoets ligt eerst op de veiligheidsopgave. Als de veiligheidsopgave helder is, wordt de interactie met de omgeving beschouwd. Op basis van de veiligheids- en omgevingsopgave wordt de complexiteit, planning en organisatie beschouwd. De stabiliteit van het project wordt bepaald door de onzekerheid over de lengte, het type en timing. Dit resulteert in een “stabiel”, “onzeker” of “instabiel” oordeel over de stabiliteit van het project:
- “Stabiel”: Kans is klein dat meer informatie tot een ander beeld (versterkingsopgave en/of oplossingsrichting) leidt
- “Instabiel”: Kans is reëel dat meer informatie leidt tot een ander beeld (versterkingsopgave en/of oplossingsrichting) en er zijn mogelijkheden om meer zekerheid te krijgen
- “Onzeker”: Kans is reëel (niet klein) dat meer informatie leidt tot een ander beeld, maar er zijn weinig mogelijkheden om op dit moment meer zekerheid te krijgen. De klasse onzeker is feitelijk instabiel waarbij verdere informatieverzameling niet goed mogelijk is maar mogelijk wel grote consequenties heeft voor het project.
In onderstaande tabel wordt voor de lengte van de scope en het type en de timing van het project aangegeven wanneer er sprake is van een stabiel, instabiel dan wel onzeker project.
| Stabiel: | Instabiel: | Onzeker | |
|---|---|---|---|
| Lengte van de Scope | Onzekerheid rondom overstromingskans van dragende faalmechanismen is klein of afstand tot de norm is groot. Kans is klein dat meer informatie leidt tot andere opgave. Onzekerheid lengte versterking <is kleiner dan 10%. | Nader onderzoek (meer gegevens, scherpere schematisatie, geavanceerde analyses) geeft meer inzicht in gedrag van de kering en opgave (in km) van dragende mechanismen wordt naar verwachting significant anders. | Onzekerheid rondom autonome ontwikkelingen (klimaatverandering, bodemdaling, morfologie, veroudering) heeft significante invloed op verloop veiligheidsopgave in de tijd en keuze van projectgrenzen. |
| Type project | Omgevings- en inpassingsopgave is bekend. Nadere analyse veiligheids-opgave heeft geen invloed op oplossingsrichting. Complexiteit is eenduidig. |
Door scherpere veiligheidsanalyses verandert de impact op de omgeving en wijzigt de inpassingsopgave. Onduidelijke omgevingsopgave heeft impact op oplossingsrichting en complexiteit. | Ruimtereserveringen (vanuit waterveiligheid en /of gebied) hebben impact op oplossingsrichting. Het is onzeker wanneer/ of ruimtereserveringen worden benut. |
| Timing van project | Onzekerheid rondom Autonome en Beleidsontwikkelingen hebben geen significante invloed op versterkingsopgave en oplossingsrichting. | Kennis en innovatieontwikkeling hebben significante invloed op versterkingsopgave en oplossingsrichting. | Kennis en innovatieontwikkeling hebben significante invloed op versterkingsopgave en oplossingsrichting. |