Het HWBP werkt met publiek geld. Dat vraagt om een zorgvuldige en doelmatige inzet van middelen. Dit thema richt zich op een eerlijkere verdeling van risico's tussen projecten en het programma als geheel, en op het herstel van de financieringsverhouding binnen de alliantie (50% Rijk, 40% gezamenlijke waterschappen en 10% projectgebonden eigen bijdrage).

Wat is de uitdaging?

Projecten reserveren veel budget voor risico's, maar dat budget wordt vaak niet volledig gebruikt. Tegelijk staat de afgesproken financieringsverhouding onder druk. Als risico's niet optreden, valt de eigen bijdrage van waterschappen lager uit dan afgesproken. Dat verstoort de balans binnen de alliantie.

Wat hebben we afgesproken?

De bestaande kleine kans, Groot Gevolg (kkGG) regeling wordt uitgebreid. Risico's met een kleine kans maar grote financiële gevolgen worden voortaan op alliantieniveau belegd. Hiervoor wordt een reservering opgebouwd. Waterschappen kunnen hierop een beroep doen als zij te maken krijgen met een onbeheersbaar risico met een gevolg van meer dan €1 miljoen. Hierdoor hoeven projecten minder hoge risicoreserveringen aan te houden.

Daarnaast worden de afspraken over de projectgebonden eigen bijdrage (PGEB) aangescherpt. Verschillen tussen de werkelijke eigen bijdrage en de afgesproken 10% worden gereserveerd voor toekomstige projectfasen van het betreffende waterschap. Zo wordt geborgd dat waterschappen over hun totale projectenpakket uitkomen op de afgesproken bijdrage.

Wat betekent dit in de praktijk?

Waterschappen staan er niet alleen voor bij grote, onbeheersbare risico’s. Ze kunnen met realistischere ramingen werken, doordat de alliantie een vangnet biedt. Gesprekken tussen projectteams en de programmadirectie gaan minder over de hoogte van ramingen en meer over inhoud en beheersing. Dat vergroot het vertrouwen en de voorspelbaarheid binnen het programma en maakt middelen vrij voor nieuwe projecten. 

Lees meer informatie over de risicoverdeling en de uitbreiding van de kkGG.