Life Cycle Costing (LCC) in dijkversterking

Binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) voert een waterschap voert een dijkversterkingsproject uit. Het projectteam van een waterschap heeft de vrijheid zelf een projectaanpak te kiezen. Voor subsidiabiliteit van een HWBP-project is een goede onderbouwing van de doelmatigheid van de maatregel noodzakelijk. Life Cycle Costing (LCC) levert een bijdrage aan de financiële onderbouwing van de realisatiefase.

Het doel van LCC

Het doel van de werkwijze LCC is het onderling vergelijkbaar maken van de kosten van oplossingen met verschillende levensduren en daarmee ruimte te bieden om verschillende typen maatregelen te onderzoeken. De essentie van de werkwijze LCC is het kunnen vergelijken van korte- en langetermijnmaatregelen, en ruimte te bieden om maatregelen te kiezen die doelmatig zijn voor de lange termijn.

Deze webpagina vormt samen met het handelingsperspectief LCC voor HWBP-projecten de handreiking voor toepassing van LCC in dijkversterkingsopgaven. Op deze pagina staat beschreven waarom en op welke wijze wij LCC binnen het HWBP toepassen en lichten we, met het oog op een optimale toepassing, het belang toe van een brede verkenning. Bij de toepassing hanteren we een aantal vaste uitgangspunten, die aansluiten op de SSK-systematiek. Als er behoefte bestaat om meer kennis over dit onderwerp te verkrijgen, dan zijn er verschillende opleidingsmogelijkheden binnen het HWBP.

Begrippenlijst

Wat is LCC?

LCC is in de context van het HWBP het in beeld brengen van de levenscycluskosten (zie begrippenlijst) van verschillende waterveiligheidsmaatregelen. Door investerings- en instandhoudingskosten in de tijd uit te zetten en deze terug te rekenen naar een netto contante waarde (NCW) in jaar 1, kunnen verschillende maatregelen met elk hun eigen levensduur door middel van LCC financieel vergelijkbaar gemaakt worden (zie figuren hieronder). Het alternatief met de laagste NCW is, puur vanuit het oogpunt kosten, de meest doelmatige oplossing. LCC nodigt uit om in scenario’s te gaan denken in het licht van ontwikkelingen in de toekomst zoals het Deltaprogramma of gebiedsontwikkeling, en daarmee in verschillende typen maatregelen en/of een combinatie daarvan.

Stappen in LCC

De realisatie van dijkveiligheid bestaat uit een tweetal niveaus: de uitvoering van de hoogwaterbeschermingsmaatregel en het beheer en onderhoud van de uitgevoerde maatregel. LCC overkoepelt deze beide niveaus door zowel de investeringskosten als instandhoudingskosten van de mogelijke oplossingen in één vergelijking te kunnen beoordelen.

Waarom gebruiken we LCC?

Voor alle HWBP-projecten is het verplicht om de doelmatigheid van de maatregel te onderbouwen. LCC levert in de verkenningsfase financiële onderbouwing. Bij het trechteren van kansrijke oplossingen naar een voorkeursalternatief (VKA), het optimaliseren van het VKA of bepaalde strategie binnen een gekozen VKA moet een NCW-berekening worden gemaakt. Een waterschap heeft in de verkennings- en planuitwerkingsfase van het project keuzevrijheid bij het ontwerpen en kiezen van verschillende oplossingen. LCC is bij het HWBP niet bedoeld om te ontwerpen op absoluut laagste kosten. Het is bedoeld om onderscheidende ontwerpen van de mogelijke oplossingen met potentieel verschillende levensduren met elkaar te kunnen vergelijken om zodoende de meest doelmatige oplossing inzichtelijk te maken voor de lange termijn.

Breed oriënteren

Om tot de meest doelmatige oplossing te komen en LCC daarvoor zo optimaal mogelijk te benutten, is het zaak om zo veel mogelijk verschillende kansrijke alternatieve waterveiligheidsmaatregelen te analyseren en de levenscycluskosten tussen de alternatieven te vergelijken. Denk hierbij bijvoorbeeld naast een klassieke integrale versterking ook aan partiële en kort-cyclische oplossingen, of zelfs niet-fysieke oplossingen.

Klassieke integrale dijkversterking

Bij een klassieke integrale dijkversterking voldoet de waterkering in principe voor 50 tot 100 jaar aan de norm, rekening houdend met hogere hydraulische belastingen door klimaatverandering en veroudering van de dijk (zie figuur hieronder).
 

Partiële dijkversterking

Bij een partiële dijkversterking wordt een dijk op een deel van één of meerdere faalmechanismen versterkt. Hierbij wordt rekening gehouden met de resterende levensduur van de kering op de andere faalmechanismen en met verwachte nieuwe kennis in de toekomst (zie figuur hieronder). De stippellijn geeft het partieel-versterken scenario ten opzichte van de doorgetrokken lijn, waar je al eerder aan een complete vervanging toe bent

Bekijk de voorbeelden van projecten Streefkerk, Ameide, Fort Everdingen (SAFE) en Gameren in het toepassingsdocument LCC in dijkversterkingsopgaven.

Kort-cyclische dijkversterking

Een kort-cyclische versterking is vergelijkbaar met een klassieke integrale versterking, met als verschil dat de dijk voor een kortere tijd aan de norm zal voldoen. Hierdoor zal de dijk dus met kortere tussenpozen moeten worden versterkt (zie figuur hieronder). Voor een voorbeeld hiervan verwijzen we naar het project VIJG in het toepassingsdocument LCC in dijkversterkingsopgaven.

Standaard uitgangspunten voor LCC-berekeningen bij het HWBP

  • Er is breed georiënteerd om kansrijke alternatieven te identificeren, waarbij bijvoorbeeld ook kort-cyclisch en partiële versterkingen zijn overwogen;
  • Van kansrijke alternatieven worden de kosten van voorbereiding, realisatie, alle kosten die nodig zijn voor het in eigendom hebben, het in gebruik houden en de vervanging aan het einde van de levensduur van een object in de tijd uitgezet;
  • Alle alternatieven hebben een rekenhorizon van 100 jaar;
  • De initiële investeringskosten vinden plaats in jaar 1 – in het geval van een partiële versterking vinden uitgestelde investeringskosten plaats in het jaar dat de aanvullende werkzaamheden zijn afgerond;
  • Instandhoudingskosten worden gedefinieerd als alle kosten om de kering aan de norm te laten blijven voldoen buiten de investeringskosten;
  • Er is altijd minimaal één keer een vervanging aan het einde van de levensduur, of aan het einde van de rekenhorizon als de levensduur van het waterveiligheidsobject langer dan 100 jaar is;
  • Bij de vervanging aan het eind van de levensduur hoeft geen rekening te worden gehouden met sloop (hanteer dan hetzelfde bedrag als de investeringskosten);
  • Er wordt niet gecorrigeerd voor inflatie (voor alles hetzelfde prijspeil aanhouden);
  • Er wordt geen rekening gehouden met een restwaarde (versimpeling werkelijkheid maar geringe impact);
  • De NCW wordt berekend met een discontovoet van 1,6% conform het Steunpunt Economische Expertise (RWS)  (alleen kosten, geen baten);
  • Maatschappelijke kosten en baten worden in de vergelijking niet meegenomen.

Opleidingen

Het HWBP biedt opleidingen aan om projectteams te ondersteunen en te faciliteren.

Techniek: module Life Cycle Costing (LCC)

In deze module wordt door deskundigen van Deltares en HKV inzicht gegeven in de LCC methode en worden handvatten aangereikt om deze methode toe te passen in de projecten. Hierbij wordt aandacht besteed aan:

  • de juiste en goede gegevens om een berekening te kunnen maken;
  • bewustwording van beheer en onderhoud en de daarmee gemoeide instandhoudingskosten;
  • mogelijke maatregelen, beheer- en onderhoudsactiviteiten en de daarbij behorende risico’s en onzekerheden.

Meer over deze training

Projectbeheersing: verdieping raming en financieel managament

Deze module wordt verzorgd door Twynstra en Gudde. Een onderdeel van deze module is de LCC-analyse. De analyse wordt voor twee doeleinden gebruikt:.

  • Ten eerste om de kosteneffectiviteit van alternatieven en varianten te vergelijken en te kunnen optimaliseren;
  • Ten tweede om de samenhang in beeld te brengen tussen de investeringskosten en de daaruit voortvloeiende instandhoudingskosten.

Hierbij worden de verschillende rekenmethodieken behandeld passend bij het onzekerheidsniveau van de scope.

Meer over deze training