Een van de aardige dingen van deltacommissaris zijn, is dat je mee mag denken over het Nederland dat we in de toekomst willen zijn.
Co Verdaas
Een land waar we – net als onze verre voorouders ooit – weer hebben leren leven met het water en waar we weerbaar zijn voor weersextremen. Een land waar we veilig zijn voor de stijgende zee en hoogwater in de rivieren.
We praten over de aanpassingen die hiervoor nodig zijn. Met bestuurders, maatschappelijke organisaties, vertegenwoordigers van de financiële sector en met onze wetenschappers. Maar het allerleukste vind ik wel de gesprekken met de mensen die op de dijken aan het werk zijn. Zij weten als geen ander wat er nodig is, hoe het wellicht nog beter of nog slimmer kan. Het enthousiasme dat ik daarbij altijd aantref is aanstekelijk en de verhalen zijn inspirerend.
2026 is voor iedereen die zich inzet voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma een bijzonder jaar. We kunnen zeggen dat de basis staat. De afspraken over de financiering van de grootste waterveiligheidsoperatie ooit zijn begin dit jaar herbevestigd en de uitvoering komt goed op stoom. Nu is het tijd om meters te maken.
Waterveiligheid is een belangrijke pijler van het Nationaal Deltaprogramma. Op basis van de herijking die we dit jaar afronden, kijken we of we onze aanpak voor een klimaatbestendig land in 2100 en daarna moeten aanpassen. We liggen goed op koers, zo weten we al. Voor grote beslissingen, zoals hoe we op de lange termijn omgaan met de stijgende zeespiegel, hebben we nog tijd.
In de voortdurende dans met het water, zoals de HWBP-directie het ooit zo mooi noemde, gaat het werk aan de dijken door. We versterken, verleggen, en innoveren. Zoals in Steyl waar afgelopen jaar met een zogenaamde vlotterkering een mooi stuk vakwerk is opgeleverd: de grootste zelfsluitende waterkering van Nederland.
Zelf was ik met een delegatie van de Tweede Kamer afgelopen jaar te gast bij de grote dijkversterking tussen Gorinchem en Waardenburg. Na 4,5 jaar zijn de werkzaamheden afgerond en is de dijk over 23 kilometer versterkt en hier en daar verlegd.
Toen ik de Kamerleden onlangs weer sprak, waren ze nóg enthousiast over dit bijzondere project. Ik deel de trots dat we dit in Nederland voor elkaar krijgen; we zijn wereldkampioen. Maar ook voor een wereldkampioen geldt dat het niet vanzelf gaat. We moeten én kunnen ons blijven aanpassen. Met alle dijkwerkers gaan we dit gewoon doen.