Kleine kans, groot gevolg - risico's

De kosten voor risicoreserveringen kunnen behoorlijk oplopen, wanneer een risico een kleine kans van optreden heeft, maar wel grote gevolgen kan hebben. Hoe we daarmee omgaan binnen de alliantie, zijn wij aan het uitwerken. Dit onderdeel van de opvolging evaluatie subsidieregeling is niet afgerond.

Aanbeveling vanuit de evaluatie subsidieregeling

Binnen het HWBP wordt per projectfase subsidie verleend op basis van ‘voorcalculatie’. Dat wil zeggen: op basis van een plan van aanpak en een bijbehorende kostenraming voor elke fase. Daarbij hoort ook een risicodossier en een risicoreservering. Er vindt aan het einde van de fase geen verrekening plaats op basis van de werkelijke gemaakte kosten; het waterschap is risicodragend voor mee- en tegenvallers.

Risico’s met een kleine kans van optreden maar met grote gevolgen zijn vaak risico’s van buitenaf die moeilijk te beheersen zijn door het project. Denk aan het vinden van een bom uit de Tweede Wereldoorlog. Als je dergelijke risico’s meeneemt in je de risicoreservering, gaat het om grote bedragen. Meestal wordt er uiteindelijk te veel gesubsidieerd omdat het risico niet optreedt. Als het risico toch optreedt, is de risicoreservering waarschijnlijk alsnog onvoldoende om de kosten te dekken. Daarom verkennen we nu de mogelijkheden hoe om te gaan met dit type risicoreserveringen.

Aanpak

Een adviesbureau verkent verschillende varianten om de risico’s met een kleine kans en groot gevolg (kkgg) op te vangen. Ze zetten dit af tegen de huidige situatie en brengen een advies uit. Update 01-09-2021: het rapport van het adviesbureau is gepubliceerd op Rijksoverheid.nl.

Stand van zaken per 1 april 2021

Er is een startsessie geweest met vertegenwoordigers van het Rijk, de waterschappen en de programmadirectie. In deze startsessie is de onderzoeksvraag iets breder verwoord. Door de waterschappen wordt er discomfort ervaren als het aan het eind van de fase geld overblijft of tekort wordt gekomen. Om het probleem van de kkgg en dit discomfort te verbeteren heeft het onderzoeksbureau een viertal varianten opgesteld.

Deze varianten zijn toegelicht in diverse gremia. Oproep hieruit was om een toets op uitvoerbaarheid te doen. Deze heeft plaatsgevonden en de varianten zijn verder getrechterd. Daarmee zijn er, naast het handhaven van de huidige situatie, nu nog twee varianten over: een variant gekoppeld aan specifieke uitvoeringsrisico’s en een variant die (gedeeltelijk) uitkeert als bij het projectresultaat een drempelwaarde wordt overschreden.

Ook deze uitkomsten worden voorgelegd aan diverse gremia. Besluitvorming is voorzien in het financiersoverleg in juni 2021. Daarna zal, afhankelijk van de uitkomst, een implementatietraject worden doorlopen.