Dijkgesprek

Voorbij de dijken kijken

Bij dijkversterking denken we vooral aan technische ingrepen. Maar langs het traject Moerdijk-Drimmelen ontstaat een aanpak waarbij de dijk zélf deels ongemoeid blijft en de natuur een handje helpt. Projectmanager Ron Nouws van Waterschap Brabantse Delta en klimaatwetenschapper Tim van Hattum van Wageningen University & Research (WUR) in gesprek over dit project, dat voor hen laat zien hoe Nederland zich voorbereidt op een toekomst met extremer weer, hogere waterstanden en toenemende druk op de ruimte.

 Het dijktraject Moerdijk–Drimmelen  beslaat zeventien kilometer waarvan zo’n 8,7 kilometer versterkt moet worden. Het gebied ligt vlak bij de Biesbosch, in een Natura 2000-gebied. Die ligging biedt kansen om waterveiligheid en natuurontwikkeling met elkaar te verbinden. "We hebben het traject opgesplitst in zes dijkvakken", vertelt Ron Nouws. "Bij vijf vakken zijn we uitgekomen op traditionele oplossingen. We hebben daar wel gekeken naar natuuroplossingen, maar die zijn afgevallen. Bij een van de vakken hebben we echter een andere keuze gemaakt. In plaats van het dijkvak zelf te versterken, komt er een brede vooroever: een natuurgebied vóór de dijk dat golven afremt en de belasting op de waterkering vermindert. Hiervoor werken we samen met de Programmatische Aanpak Grote Wateren, een programma dat zich richt op natuurherstel en ecologische waterkwaliteit."

Tim van Hattum

"Dit is eigenlijk next level watermanagement: een dijk versterken zonder de dijk te versterken."

Gescheiden werelden

Dit soort samenwerking is van groot belang, maar nog lang niet altijd vanzelfsprekend, ziet Tim van Hattum. "Traditioneel zijn Nederlanders erg gefocust op technische oplossingen. Daar zijn we ook goed in. Maar door klimaatverandering komt er steeds meer druk op het systeem van waterbeheer en -veiligheid. We kunnen dijken niet oneindig verhogen en versterken. We moeten breder durven kijken. En dat is lastig want programma’s voor waterveiligheid, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie zijn vaak naast elkaar georganiseerd, met eigen doelen, budgetten en planningen."

Nouws herkent dat: "Het zijn gescheiden werelden. Je zou eigenlijk één overzichtskaart willen hebben waarop alle ruimtelijke opgaven samenkomen."

Creatieve ontwerpsessies 

Beide mannen hameren op het belang van tijd nemen aan de voorkant bij dit soort projecten. Niet direct in oplossingen schieten, eerst samen verkennen wat er allemaal mogelijk is. Nouws: "Wij zijn ons bewust eerst gaan verdiepen in wat er verder nog speelde in het gebied Moerdijk-Drimmelen. Zo ontstond het inzicht dat een traditionele dijkversterking dubbel werk zou zijn als er later nog natuurmaatregelen vanuit de Programmatische Aanpak Grote Wateren zouden volgen. Dus dachten we: we halen mensen van de PAGW erbij om samen naar oplossingen te kijken. Vervolgens hebben we twee gezamenlijke creatieve ontwerpsessies georganiseerd. Gewoon tekenen op kaarten, met boompjes en stukken grond. Je zag gewoon de energie ontstaan van: jongens, kijk eens wat we hier kunnen doen."

Die sessies legden de basis voor het idee om via een vooroever natuurontwikkeling én waterveiligheid te combineren. Nouws ziet het als een belangrijk leermoment voor alle dijkprojecten: "Vaak zitten waterschappers in hun eigen koker. Er zullen projecten zijn waar het niet kan, qua ruimte, en waar simpelweg alleen de dijk versterkt kan worden. Maar in veel gevallen is er zo veel meer mogelijk als je vanuit een breder perspectief naar dijken kijkt."

Ron Nouws

"Soms kan simpelweg alleen de dijk versterkt worden. Maar vaak is er zo veel meer mogelijk als je een breder perspectief kiest."

Tovenaars én profeten

Daarvoor is het nodig om in een voortraject mensen met een andere invalshoek mee te laten denken. "Je hebt tovenaars én profeten nodig", zegt Van Hattum lachend. ‘De techneuten én de ecologen. Die moeten veel meer elkaars taal gaan begrijpen." Volgens hem hoeft dat niet ingewikkeld of duur te zijn. "Zo’n creatieve sessie kost relatief weinig tijd en geld binnen een groot project. En er kunnen ideeën uit ontstaan die enorme meerwaarde opleveren."

Zo’n benadering wordt volgens Nouws nog te vaak als ‘pilot’ gezien. "Deze manier van werken voelt als pionieren. Alsof je je nek uitsteekt en buiten de lijntjes bezig bent."

Dat moet veranderen vinden beide mannen. Nature-based solutions moeten een vanzelfsprekend onderdeel worden van de verkenning. Van Hattum: "De ‘pilots’ moeten het nieuwe normaal worden. Aan die opschaling van nature-based solutions wordt inmiddels door een groot consortium van partijen hard samengewerkt in het groeifondsprogramma NL2120. Daarvoor is behalve kennis, creativiteit en enthousiasme vanuit de projectteams óók bestuurlijke ruimte nodig. De opdracht zou niet moeten zijn om die dijk zo goed, zo snel en zo goedkoop mogelijk te versterken, maar om te onderzoeken hoeveel maatschappelijke waarde je kunt creëren bij het halen van de norm."

Bomen en beekjes

En hoe ziet dat er straks concreet uit bij Moerdijk–Drimmelen? "Een deel van de dijk laten we zoals die is", zegt Nouws. "In de kribvakken voor de dijk wordt het voorland opgespoten. Hierop kan natuur zich ontwikkelen, met bomen en beekjes. De bestaande kribben (stenen dammen in de kribvakken) worden deels verwijderd en hergebruikt." Maar, vervolgt hij: "Het ontwerp daarvan ligt nadrukkelijk bij de PAGW-partners. Wij zijn dijkwerkers. Wij hebben verstand van dijken. Dus hebben we gezegd: pakken jullie het ontwerp voor het natuurgebied op, dan zorgen wij ervoor dat het waterveilig blijft."

Het is misschien de belangrijkste conclusie van dit Dijkgesprek. De mooiste oplossingen ontstaan als mensen over hun vakgrenzen heen durven kijken. Of zoals Van Hattum het samenvat: "De hele wereld zit te schreeuwen om dit soort oplossingen. Nederland kan daarin vooroplopen - maar dan moeten we wel durven vernieuwen."